Kerkbode mei/juni 2024

Nr. 3 
Jaargang 6, mei, juni 2024

————————————————–

Ik weet dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn; en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht. (Pred.3:14)

Ik weet!

Zojuist las ik dat de Amerikaanse filosoof en uitgesproken atheïst Daniël Dennett is gestorven. Voor de kenners: één van de vier “Horsemen”.

Ik weet dat hij gestorven is omdat het internationaal nieuws is.

Ik weet dat hij gestorven is. En ik weet dat God leeft, en dat niet omdat ik het geloof -al doe ik dat van harte-, maar omdat God God is. De Levende God. Die overtuigt door Zijn Geest.

Ik weet.

Met die woorden voegt de Prediker zich in het koor van “de wetenden”. Ik noem Job: Ik weet: mijn Verlosser leeft. Paulus: Ik ben er van verzekerd dat niets mij kan scheiden van de liefde van God in Christus.

Ik weet.

De Prediker wordt soms afgeschilderd als twijfelaar. Ten onrechte.

Hij weet. Door nauwkeurig observeren en onderzoeken. En door innerlijke overtuiging. Wat dat laatste betreft, is het goed om zijn laatste hoofdstuk, de laatste woorden te lezen: Er komt een dag van Goddelijk gericht! Vrees God, houd Zijn geboden!

Hij weet.

Twee dingen: 1. Het werk van mensen gaat voorbij. 2. Het werk van God heeft eeuwigheidswaarde.

Het werk van mensen gaat voorbij. Nee, Prediker zegt niet dat de bakker, de slager, de vakkenvuller, de dokter, de bouwvakker, de leerkracht, de dominee en zoveel anderen zinloos werk doen! Nee!

Maar wij en ons werk, wij gaan hier voorbij! Zoals het lied zingt: Niets is hier blijvend!

Het werk van God blijft! Het heeft eeuwigheidswaarde. En het is volmaakt. Er is niets aan toe te voegen en niets van af te doen!

Wat doet God?

Wat zegt Prediker daar over? God geeft brood uit de hemel? God geeft water uit de rots? God geeft een pad door de zee?… Hij had het kunnen zeggen, maar hij doet het niet.

Hij noemt God niet bij Zijn verbondsnaam: HEERE. Hij spreekt met geen woord over het verbond. Hij rept niet over heilsopenbaring of Messiasverwachting. Niets van dat alles…

Bij het samenstellen van de canon (welke boeken zijn Bijbelboeken?) lag hier best een flinke hobbel… kan dit boek Bijbelboek zijn?  -En toch!

Prediker zegt: God is er; Hij leeft; Hij werkt! Let op Zijn werk, want dat alleen heeft eeuwigheidswaarde!

Als we er verder over doordenken, moeten we vaststellen dat Gods werk Woord-werk is: de schepping door het Woord! De herschepping door het Woord!

Ja, je komt uit -door de Geest geleid- bij het levende Woord: Christus Jezus.

Hij zegt: Mijn spijze is het de wil van Degene te doen Die Mij gezonden heeft, de Vader, en dat Ik Zijn werk volbreng! (Joh.4:34)

De weg leidt naar Golgotha: Het is volbracht! -Het werk van de Vader. De weg leidt naar Pasen: Opwekking! Het werk van de Vader. Het AMEN van de Vader. Het werk van de

Zoon. Het is VOLMAAKT!

Ik weet!

Weet u? Dit is ook het werk van de Vader en de Zoon: de innerlijke overtuiging door Woord en Geest! “Want deze God is onze God!” Bid er om! Bid om de Geest van Pinksteren; de Geest van Christus.

En God doet, wat Hij doet, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.

Hem vrezen. Dat is: Hem kennen, liefhebben en dienen. Doen wij het? Uit genade, door de Geest? Dat is niet ijdel, niet zinloos, maar God verheerlijkend.

Filosofen sterven, gaan voorbij. Maar het Woord van de HEERE staat in eeuwigheid. En zalig zijn zij, die Zijn Woord horen, geloven en bewaren in het hart! Zij, die de Wijsheid liefhebben.

De grote “Horseman” staat bereid te komen. De oordeelsdag genaakt. En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid. (Opb.19:11) (GAvG)

Voor alle in het kerkblad genoemde data geldt:  Deo Volente! Voor adressen van genoemde personen:  zie het u toegezonden of uitgereikte adressenblad.

Zieken en meeleven

Er werd in de achterliggende tijd tussen kerkblad en kerkblad getobd met de gezondheid, in het bijzonder door dhr. Co v.d. Wind, dhr. Wim Veen en dhr. Bert Boom. Allen verbleven korte of langere tijd in het ziekenhuis vanwege een medische behandeling. Kort samengevat betrof het respectievelijk de halsslagader, de longen en de blaas. God dank mocht ieder weer naar huis terugkeren. Soms echter is voortzetting van onderzoek en behandeling nodig. (Wim Veen en Bert Boom). In alles van harte Gods nabijheid toegewenst. Dat medicijnen en behandelingen gezegend zullen worden.

Ook mevr. Joke Boom wensen we van harte sterkte toe. De gezondheid laat dusdanig te wensen over, dat het soms moeilijk is om in de dienst aanwezig te zijn.

Allen, die tobben met de gezondheid, geduld en vertrouwen toegewenst. Hoop op God, sla ’t oog naar boven!

Op weg naar kerst

Dinsdag 25 juni, 20.00 uur wordt er een gemeenteavond gehouden in het kerkgebouw.

Gezien het dalende aantal kerkgangers, is langzaamaan het moment aangebroken om met elkaar na te denken (let wel: Oriënterend en niet besluiten nemend) over het thema voortgaan en voortbestaan van de huisgemeente.

Hoe zijn onze gedachten?

Er zijn veel mensen weggevallen door overlijden of verhuizing. Aanwas is er niet.

Predikanten willen nog komen, maar … Laten we eerlijk nadenken, voor Gods aangezicht, over genoemd thema.

NB begrijp het niet verkeerd: er is geen sprake van opheffing of beëindiging zonder dat u gehoord bent! Het is echt belangrijk dat u komt! Zo mogelijk.

Hierbij van harte uitgenodigd!

Wilma & Joëlle

Wilma en Joëlle geven bij mij aan dat de Groenekanse periode voorbij is…

Uiteraard kunnen we alleen maar begrip hebben! Beiden wonen in Kamerik. Best een aardig eind weg. Daarbij: Joëlle behoort als belijdend lid bij de Gereformeerde Gemeente te Woerden. Ze heeft daar haar plek. Wilma denkt na over God, geloof en kerkgang.

We zijn erg dankbaar voor hun jarenlange betrokkenheid bij onze kleine gemeente. Het was fijn elkaar te ontmoeten, in de zondagse dienst en daarbuiten. Ik denk in het bijzonder aan de gemeentemiddagen in september. Hartelijk dank. Beiden van harte Gods Zegen toegewenst voor de toekomst!

Verjaardagen

  • 27 mei, Cees Blauwendraat, Sherpa, Zwinstraat 6, 3744 MN Baarn
  • 29 mei, Mevr. Liesbeth Osnabrugge, Waalseweg 31b, 3999 NP Tull en ’t Waal
  • 6 juni, mevr. Joke Boom, Kerkdijk 73a, 3615 BC Westbroek
  • 10 juli, dhr. Bert Boom, Kerkdijk 73a, 3615 BC Westbroek

 

Weeksluiting Dijckstate Maartensdijk

  • Op D.V. vrijdag 17 mei wordt de weeksluiting verzorgd door Ds. A.J. Speksnijder uit Maartensdijk.
  • Op D.V. vrijdag 21 juni wordt de weeksluiting verzorgd door Prop. G.A. van Ginkel uit Maartensdijk.


Beide avonden beginnen om 19.30 uur. Na afloop is er gelegenheid om met elkaar koffie te drinken.

U wordt van harte uitgenodigd!

In de maanden juli en augustus is er geen weeksluiting.

Uit de oude doos

Dit stukje staat in Uit de kamferkist van ds. A.K. Straatsma die leefde van 1886 tot 1970 en verschillende, nog altijd leesbare, boeken heeft geschreven:

Moeder

Ik herinner mij mijn moeder natuurlijk op allerlei manieren, in allerlei houdingen. Bij haar geldkistje b.v. met haar ‘kasboekjes’. Mijn vader, volkomen onpractisch, had deze afdeling van het huiselijk bestuur aan haar overgelaten. Geen sinecure: een vrij omvangrijk, zwaar gezin en een niet al te groot tractement. Ook hier moest ‘het kloppen’, en mijn bewondering dat het ging ‘met God en met ere’!

De bewondering is trouwens van later datum, als jongen heeft men maar matige waardering voor die noodzakelijke zuinigheid, die dikwijls tegen een vurige wens ‘neen’ moet zeggen.

Zo zou ik meer momentopnamen kunnen geven.

Eén daad van mijn moeder herinner ik me het beste. Er was iets gebeurd, wat er niet op door kon en ik kreeg er – toevallig deze keer ten onrechte – de schuld van. Ik was toen in die lastige vlegeljaren en liet het er niet bij zitten. Protesteerde op allerlei manieren, o.a. door zonder groet naar bed te gaan. Dat was bij ons volkomen ongebruikelijk. Een ruzie werd – naar Bijbels voorbeeld – vóór zonsondergang beslecht. Vandaar dat ik mij – door het ongebruikelijke – schuldig voelde, al was ik dan ook onschuldig, en niet kon slapen.

Midden in de nacht ging de deur van mijn kamertje open; blijkbaar was er nòg één die niet kon slapen. Daar stond mijn moeder, kandelaar met brandende kaars in de hand. Een korte aarzeling bij de deur, die paar stappen naar mijn bed waren misschien niet zo heel gemakkelijk.. Van mijn kant waarschijnlijk een zekere reserve; wat gaat er gebeuren, moet ik nog eens weer aanhoren, dat ik het toch gedaan heb? Toen kwam het!

‘Jongen, ik heb je verkeerd beschuldigd, ik heb erover nagedacht, wil je het mij vergeven?’ Wat een overwinning voor haar, wat een nederlaag voor mij. Dit is nu een geschiedenisje uit de praktijk van het waarachtig-christelijk leven: wel gebrekkig, maar het klopte.

Moeder was geen blijmoedige christin; zo had het lang niet altijd gemakkelijke leven, van kind af aan, haar gemaakt. Zij leefde uit het evangelie, met een sterk accent op de wet. Zij was soms een strenge moeder, die ons – als het moest – met de ogen regeerde, hoewel die strengheid soms over kon gaan in ongelooflijke mildheid. In elk geval was zij een biddende moeder. Zij zag er niet tegen op – een enkele maal gebeurde dat – bij vaders afwezigheid hem bij de huiselijke godsdienstoefening te vervangen, ook in het gebed. Mij trof dan de grote eerbied in haar stem en haar woorden.

Veel van wat er tussen God en haar besproken werd, heb ik nooit gehoord, al kan ik er veel van vermoeden, één keer heb ik er – ongewild – iets van gezien.

Moeder was toen al oud, al enige malen grootmoeder. Mijn vrouw en ik logeerden bij haar. Aan de avond van de dag, moeder was wat eerder naar haar kamer gegaan, wilde ik haar nog iets vragen. Ik stapte zo bij haar binnen, niet beter wetend of ik zou haar in haar bed vinden. Maar zo was het niet, zij lag op haar knieën vóór haar bed.

Was het onbescheiden dat ik een ogenblik bleef staan om dit tafereeltje in mij op te nemen? Ik kon niet anders, want ik begreep: zo is het hier elke avond en dan krijgen wij allemaal een beurt, de kinderen en de kleinkinderen.

Adolphe Monod schrijft in zijn prachtige regels over het gebed: Il y a deux manières de prier: L’une suppose une pieté sincère, l’autre une foi tout puissante. Lúne demande et espère; l’autre veut, et attend jusq’elle ait obtenu.

(Er zijn tweeërlei gebedsuitingen. De ene veronderstelt een ernstige vroomheid, de andere een geloof dat alles vermag. De ene vraagt en hoopt, de andere willen wacht totdat zij heeft ontvangen).

Moeders gebed zal zeker in de eerste categorie thuisgehoord hebben: ‘vragen en hopen’, maar God alleen weet hoeveel bescherming en zegen daarvan in mijn leven voor mij is uitgegaan.

Financiën